Ik heb een baan!

Soms vragen vrienden of kennissen mij of ik hun sollicitatiebrief wil schrijven. Op het strijdtoneel van een lastige arbeidsmarkt zijn immers alle wapens geoorloofd. Niet zelden weten deze kandidaten de eerste gespreksronde te bereiken, gewoon, omdat de toon onderscheidend is. Maar let op: solliciteren met andermans woorden is niet zonder risico’s…

Brieven zijn uitgegroeid tot prehistorische rooksignalen. En dan bedoel ik niet alleen dat de inkt, het geschepte papier en de postzegel met uitsterven bedreigd worden, maar ook de kunst om woorden zorgvuldig te kiezen. Juist dát is belangrijk, als je probeert op te vallen in een berg van honderden reacties. Wanneer ik even met de sollicitant in kwestie rond de tafel ga zitten, komt het enthousiasme voor de vacature als vanzelf bovendrijven. Ik hoeft het alleen nog maar naar het papier te vertalen, aangevuld met een persoonlijke noot of een relativerende kwinkslag. Misschien is dat wel de kern: een sollicitant is ook maar een mens, dus schrijf ook zo. Als je niet spreekt in standaardformules, doe dat dan ook niet op papier. Met die simpele stelregel hebben veel van mijn brieven tot een eerste gesprek geleid en natuurlijk waren de kandidaten vanaf toen aan hun eigen kwaliteiten overgeleverd. Eén van hen kreeg zelfs direct de websitecontent als aanvullende taak toebedeeld, ‘want je schrijft zo leuk’. Ai. Ze moest dus wel open kaart spelen, maar gelukkig kon de werkgever de investering in de brief waarderen als een extra motivatie, dus alles kwam goed!

Gepubliceerd op:
Social media
Facebook:

Twitter:
Website gerealiseerd door Open-Minded Media